Als een mens dichterbij de onthulling van de Schepper komt, voelt hij dat hij aan de voet van de Berg Sinaï staat. Enerzijds zijn daar al zijn kwade verlangens, anderzijds begrijpt hij, dat hij zijn verlangen om te ontvangen moet voorbereiden om de eigenschap van geven te verkrijgen, wat een afdruk is die Hij geeft. Dit is nodig om het Doel te bereiken en de Schepper te ontdekken. ‘Mens’ – Adam – betekent: ‘gelijk ‘ – Domeh aan de Schepper.
En zo maken wij, met elkaar, ons verlangen om te ontvangen gereed voor verschillende vormen van geven, zodat Zijn afdruk erin kan plaatsvinden. Dit is de staat van het geven van de Torah, waarover geschreven staat: “Jullie allen verschijnen vandaag …” Niet één, maar allen. Omdat wij de hogere Kracht alleen zullen onthullen in onze gezamenlijke eenheid.
Eigenlijk wordt er iets heel eenvoudigs van ons gevraagd: om de materie van ons verlangen voor te bereiden. Maar het is zo moeilijk voor ons, omdat het iets is dat niet meer tot onze wereld behoort. Het heet: wederzijdse insluiting, namelijk verbinding met elkaar. Wij moeten elkaar insluiten, namelijk met elkaar één geheel vormen, ons met elkaar verbinden door middel van ons verlangen, verder niets. Dan zullen wij de Makom (plaats) bereiken – die er vóór het breken van de kelim (vaten) was – waar het hogere Licht kan binnenkomen en Zijn afdruk kan maken.
Daarom maakt het niet uit wat we verder doen, als wij maar de juiste richting van verbinding aanhouden, om de Schepper te onthullen, zoals er geschreven staat: “Israel, de Torah en de Schepper zijn Eén.” ‘Israel’ is de mens, ‘Torah’ is de kracht van het Licht dat ons verbindt en ons brengt naar het punt van ‘liefde voor de naaste als voor onszelf’. En de ‘Schepper’ is de Wortel, de Oorsprong, die ons Zijn afdruk geeft als wij ons verenigen.
Zo sta ik aan de ene zijde, in de groep, en de Schepper staat aan de andere zijde. En als Hij en ik in staat zijn om elkaar in de groep te ontmoeten, vindt daar de onthulling plaats.
Op deze wijze komen wij verder. Al ons werk bestaat uitsuitend uit de voorbereiding hiervoor. Dit zal gebeuren als wij ‘allen samen staan’.
From the Arava Arvut Convention 2/23/12 Lesson #2
Bij studenten doet zich steeds dezelfde vraag voor: Hoe nu verder? Met mijn vraag over de betekenis van het leven heb ik de leraar gevonden en de groep en ik ben gaan studeren. Ik moet het allemaal goed organiseren, zodat ik met de instructies van de leraar en de hulp van de studie de spirituele vorm in deze groep ontdek.
Het is net alsof ik een grote stapel blokken heb gevonden. Dat is de groep. Nu zit ik als een klein kind bij mijn vader, met een instructieboek waar een tekening in staat over hoe ik van die blokken een huis kan bouwen.
Ik kijk in dit boek, maar dat is niet genoeg, want ik ben nog klein en onwetend. Ik heb de hulp van een volwassene nodig om me te helpen. Mijn vader helpt me om van de blokken, die de groep vormen, een huis te bouwen. Hiermee zijn we nu bezig.
Dankzij het feit dat ik een huis bouw, verkrijg ik wijsheid, ik begrijp en voel steeds meer. Als ik klaar ben met bouwen, ontdek ik er leven in! Plotseling beginnen er een soort kleine lichtjes in te branden, er begint iets in te bewegen, ik ga wat geluiden horen en ik neem geuren waar, als in een prachtig sprookje begint het tot leven te komen.
Vraag: Maar de vader laat het kind eerst zien hoe hij het huis moet bouwen en dan bouwt hij het samen met hem. Waarom helpt Hij ons niet met bouwen?
Antwoord: Begin eerst met bouwen en vraag Zijn hulp erbij. Misschien ben je nog helemaal niet begonnen met bouwen in de groep en vraag je al hulp: waar is vader? Maar waar heb je Hem voor nodig als je nog niet eens begonnen bent?
Als je begint te bouwen en je merkt dat je het niet kunt, wil je dat Hij bij je is. Dan ga je naar Hem toe en je pakt Zijn hand, zodat Hij je zal helpen bij dit spel. Maar nu lijkt het voor jou nog, alsof je alles alleen gaat bouwen en je geen vader nodig hebt.
From the 3rd part of the Daily Kabbalah Lesson 1/1/12, “The Study of the Ten Sefirot”
Vraag: Wat is de betekenis van ‘tot wanhoop vervallen in het werk en de Schepper aanroepen’?
Antwoord: Meestal heeft een mens in het begin alle vertrouwen in zichzelf, later moet hij, vanwege hopeloosheid, steun zoeken bij de groep. Vervolgens – ook vanwege het gevoel van hopeloosheid – zoekt hij steun bij de hogere kracht. Tenslotte heeft hij geen andere keus meer dan vragen voor zijn eigenbelang los te laten en te gaan onderzoeken wat de intentie om te geven is. Zo wordt een mens geleid door zijn innerlijke programma, zijn innerlijke HaVaYaH, tot zijn roep naar de Schepper een richting opgaat, die juister is.
Dit betekent, dat lijden een mens naar het juiste doel leidt. Immers, ‘wat het intellect niet doet, doet de tijd’ en ‘lijden verzacht het egoïsme’. Via dit pad komen we verder. Elke keer als we een ‘fout’ maken, leidt dit ons naar de onthulling van een meer correcte staat. Op deze manier werkt de reeks informatieve genen (Reshimot) in ons.
Zo bereiken we tenslotte een staat, waarover gezegd wordt: ‘De zonen van Israel vervielen tot wanhoop in het werk en riepen de Schepper aan ‘. Het betekent, dat een mens in het leven een reeks situaties meemaakt, die in de vorm van oorzaak en gevolg met elkaar verbonden zijn en langzamerhand raakt hij meer en meer teleurgesteld. Het gaat zo door, totdat hij een situatie van totale wanhoop bereikt, waarin hij begrijpt, dat hij alleen niets tot stand kan brengen en dat er ‘Geen ander is dan Hij’, dat namelijk niemand anders hem kan helpen dan alleen de Schepper. Deze Schepper is niet een soort magische kracht, maar een bijzondere realiteit die in een mens onthuld wordt.
Deze werkelijkheid wordt alleen onthuld, als deze zich in een mens kleedt. Daardoor begint een mens ernaar te verlangen, dat de eigenschap van geven het te zeggen krijgt in hem.
Er staat geschreven: ‘Je zult geen andere goden hebben’. Dat betekent, dat we moeten vaststellen dat alles, zowel intern als extern, door één Schepper bepaald wordt. We komen tot die vaststelling doordat we met Hem verbonden zijn en door het contrast van tegenstellingen, die wij ontdekken. Dit is het moeilijkste moment, omdat we een nieuwe werkelijkheid ontdekken met twee leidende krachten, zij komen in mij samen in één enkele kracht. De hele mensheid moet dit gaan ontdekken.
Tot nu toe beschouwde ‘ik’ mijzelf als de enige autoriteit tegenover de maatschappij en de levenloze, plantaardige, dierlijke en menselijke natuur en ik probeerde dit allemaal zo goed mogelijk onder controle te houden om er zelf van te profiteren. Ik zorgde er wel voor, maar alleen zodat ik er gebruik van kon maken, zoals de voorzorgsmaatregelen die ik neem om ervoor te zorgen, dat ik een zware koffer kan optillen.
Ik was de voornaamste link in dit systeem en alles draaide uiteindelijk om mezelf. Zelfs wanneer ik gehoorzaamde aan de een of andere externe kracht, zoals de regering of de maatschappij, kwamen die besluiten, gedachten en wensen daaruit voort.
Maar nu ben ik in een staat van verwarring, omdat ik inzie, dat het niet mijn gedachten, niet mijn intenties en verlangens zijn! Een besluit kan alleen mijn eigen besluit zijn, als ik weet hoe ik moet omgaan met mijn omgeving. Ik heb een klein gebied van vrijheid: ‘het middelste derde deel van Tifferet’ genaamd. Alles wat in en buiten mij bestaat, uitgezonderd deze subtiele verhouding tot mijn omgeving, moet ik toeschrijven aan de Schepper.
Mensen in mijn nabijheid die me willen slaan of omhelzen doen dat niet vanuit hun eigen wil. Deze handelingen komen niet uit henzelf voort, ze komen van de Schepper. En mijn eigen gedrag, of ik nu correct handel of incorrect, of ik nu een zondaar ben of een heilige, wordt niet door mijzelf bepaald, maar door een externe kracht.
Voor het eerst in de geschiedenis van onze ontwikkeling ontdekken we het bestaan van een externe kracht en we moeten er op een heel speciale wijze mee werken. Hoe eerder we deze leiding proberen te ontdekken en ermee gaan samenwerken, hoe meer het in ons voordeel zal zijn en we onszelf lijden zullen besparen.
From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 9/7/2o11, Shamati #109
Ons werk bestaat eruit om ons nauwkeurig voor te stellen wat de hogere kracht is. Op dit pad komen we veel tegen om te onderscheiden. Eerst stelt een mens zich de hogere kracht voor als een veelheid van verschillende krachten, als goddelijke beelden en hij vergoddelijkt verschillende natuurverschijnselen, die hij om zich heen ontdekt. Een mens schrijft ze menselijke kwaliteiten toe, omdat hij geen ander voorbeeld heeft en hij kent goddelijke kracht toe aan de verschillende beelden, dit is afgoderij.
Dit is een belangrijk stadium in onze ontwikkeling, omdat we in ons egoïstische verlangen bestaan met een omgekeerde waarneming van de werkelijkheid, van gevoel en analyse. Op deze manier onderzoeken we hogere eigenschappen, tot het punt waarop we de correcte perceptie bereiken.
Onze voorvader Abraham is hier een voorbeeld van. Aanvankelijk verkocht hij afgodsbeelden. Eigenlijk vertelt zijn geschiedenis ons over onszelf. We beginnen ons pad allemaal met het vereren van verschillende natuurkrachten en we beschouwen ze als goed of kwaad of als gedeeltelijk goed of kwaad. We schrijven dit toe aan bepaalde mensen, aan onze omgeving, het noodlot of aan verschillende gebeurtenissen.
Al onze incarnaties zijn vol van deze onderscheidingen, tot in ons het punt in het hart ontwaakt. Maar zelfs als we dat al hebben bereikt, moeten we nog talloze definities verhelderen, die ons dichterbij de eerste waarneming van spiritualiteit brengen.
We weten nog niet wat de spirituele werkelijkheid is of wie de Schepper is. Maar op ons pad naar deze ontdekking, staan we open voor de invloed van de omgeving, waardoor we de verkeerde kant kunnen opgaan, misleid kunnen worden of in verwarring raken, omdat we de Schepper nog niet voelen en ons niet aan Hem kunnen vasthouden.
Tenslotte bereiken we een staat, waarin onze talrijke stijgingen, dalingen en verwarringen enigszins opgelost worden, bij elkaar komen en zich samenvoegen en we de werkelijkheid in tweeën verdelen: ik, degene die voelt en dat wat ik voel. Daarnaast bestaat er niets anders!
Ik voel mijzelf óf als zijnde in egoïsme, in ontvangen, óf in geven, een derde optie is er niet. Als ik mij in egoïsme bevind, betrek ik alles alleen op mijzelf en mijn wereld en dit bepaalt mijn staat. Maar als ik mij in de kwaliteit van geven bevind, vult dat me met iets, de Schepper genaamd (Bo-reh): ‘Kom en Zie’.
Ik werk onophoudelijk aan het ophelderen van deze twee eigenschappen. Tenslotte kom ik tot de conclusie, dat alles van de Schepper komt, Die met mij speelt, door Zich óf te verbergen óf mij oefeningen te geven, zodat ik in mijzelf subtielere en nauwkeuriger definities bouw over wie Hij is.
In wezen bestaat ons gehele werk hieruit.
From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 8/22/2011, Shamati #62
Vraag: Wat is de betekenis van: “Boven is men het altijd eens met de keuze van een mens over het spirituele niveau, dat hij wil bereiken”?
Antwoord: Boven is men het altijd eens met hoe hoog een mens wil stijgen, met zijn verlangen en zijn intentie. De Schepper stelt de wet vast en verandert hem niet, zoals er geschreven staat: “De wet is vastgesteld en kan niet verbroken worden”. Hiermee is het verlangen om te genieten geschapen en deze twee krachten, geven en ontvangen, beginnen in het universum te functioneren. Het schepsel bepaalt de balans ertussen.
De kracht van geven, die van de Schepper komt, is absoluut, onbeperkt en onveranderlijk. De Absolute kan niet veranderen, Hij staat altijd klaar om je van dienst te zijn. In welke mate? Hij staat voor je klaar zoveel je wilt, maar alleen in de mate waarin je het wilt.
Met andere woorden: “De hogere is het altijd eens met de beslissingen van de lagere”. De Schepper komt niet tussenbeide in onze besluiten, in feite wordt alles alleen door Hem gedaan, maar omdat je Hem erbij betrekt, doet Hij alles voor je, maar altijd op jouw verzoek. Het is alsof je altijd naar Hem schrijft en je verzoeken naar Hem toestuurt: Doe dit of dat, ten goede of ten kwade – zo gaat het steeds. En Hij voert alles uit.
Er wordt gezegd: “De winkel is open en de hand schrijft ”, dit betekent dat we Zijn winkel binnengaan en alles pakken wat we op krediet willen hebben, of we het nu later zullen terugbetalen of niet. Op deze manier heeft de Schepper het universum ontworpen: Hij werkt volgens de wet van absolute liefde en geven. En in de mate waarin je “voor” of “tegen” deze wet bent, voel je dat. Dit gevoel spoort je aan verder vooruit te gaan.
Als je handelingen zo zijn, dat je jezelf bewust naar geven wilt leiden, zal deze wet je positief beïnvloeden en je zult steeds minder verschil voelen tussen deze wet en jezelf. Als je er echter niet dichterbij wilt komen of je je er zelfs van wilt verwijderen, ga je je steeds slechter voelen. Dit gevoel zal je echter aansporen om terug te keren.
Van de kant van de Schepper is er echter geen verandering. Als Hij zou kunnen veranderen, zou Hij immers niet de Absolute genoemd worden en het zou betekenen, dat Hij zich beter of slechter zou kunnen opstellen. Daarom wordt er gezegd: “Ik verander mijn HaVaYaH niet”, dat wil zeggen: “de wet is vastgesteld en kan niet verbroken worden”.
From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 7/29/2011, Shamati #61
Vraag: Gedachten over spiritualiteit veroorzaken droefheid en lijden in mij, omdat ik de Schepper niet voel. Wat kan ik doen?
Antwoord: Als iemand werkelijk lijden voelt in zijn leven, verbergt deze pijn de Schepper voor hem. Dit wordt doelbewust zo gedaan, zodat we onze verhouding tot de Schepper niet beschadigen en toch met Hem verbonden blijven zonder Hem te gaan haten en Hem te verwerpen.
Er zijn verschillende staten, maar in de mate waarin iemand zich slecht voelt, is de Schepper verborgen, we moeten in onze omgeving bereiken, dat we elkaar steunen en dat we garant staan voor elkaar. In dit geval, zelfs in tijden van grotere problemen, zal de omgeving ons helpen om boven een slecht gevoel uit te stijgen naar de oorzaak ervan.
Dan zal ik begrijpen, dat het voelen van het kwaad niet van de Schepper komt, niet van de Hogere Kracht, maar van de kracht van mijn eigen egoïsme. Ik ga dan mijn gevoelens in twee delen verdelen:
1) Mijn verlangens die niet gecorrigeerd zijn, waardoor ik me slecht voel en
2) De Schepper, het Hogere Licht, dat mij beschijnt met goedheid.
Juist omdat de Schepper goedheid over me uitstraalt, terwijl ik tegengesteld ben aan Hem, voel ik het goede als kwaad, voor mij keert Zijn Goedheid zich in het tegendeel. Daardoor kan er van de Schepper niet meer aan mij onthuld worden, want ik voel me zo slecht dat ik niet in staat ben om dat aan te kunnen.
Zolang we ongecorrigeerd blijven en de Schepper in Zijn tegengestelde vorm ervaren, omdat ons ego Licht in duisternis verandert, wordt de Schepper aan ons onthuld in de mate waarin we dit kunnen dragen. En in de mate waarin we dat niet kunnen verdragen, verbergt Hij zich.
Hij onthult Zichzelf maar een klein beetje om zo een beetje kwaad zichtbaar te maken aan ons, op die manier raken we het contact met ons verstand niet kwijt en kunnen we onze gevoelens analyseren. Dan begin ik te onderzoeken waar dit kwaad vandaan komt en wat het veroorzaakt. Tengevolge daarvan kom ik naar de groep, de boeken en de leraar die mij uitlegt dat ik het kwaad zelf oproep, omdat ik tegengesteld ben aan de Schepper.
Uit het 1e deel van de Daily Kabbalah Lesson 6/24/2011, Shamati #241
Wij zijn geschapen met een egoïstische natuur en we kunnen er alleen aan denken hoe we onszelf met genoegens kunnen vervullen. Als er een gedachte over geven in ons opkomt, die ons een beetje verheft boven ons egoïsme en we in de tegengestelde richting beginnen te denken, komt dit daarom zeker niet vanuit onze innerlijke natuur, maar van het Licht, van de Schepper.
Er zijn maar twee krachten in het universum: de kracht van de Schepper, het verlangen om te geven en de kracht van het schepsel, de wil om te genieten. Als dus het verlangen om na te denken over wat hoger is dan het aardse bestaan, namelijk over de betekenis van het leven, plotseling in een mens wakker wordt, betekent dit dat het Hogere Licht op hem begint in te werken.
Dan wordt iemand naar een groep gebracht of hij komt een boek over Kabbalah tegen of hij hoort plotseling een interview – iedereen ontmoet Kabbalah alsof het compleet “toeval” is. We moeten echter begrijpen, dat er hier geen sprake is van toeval. En als iemand naar de juiste plaats wordt gebracht en er een gelegenheid wordt geboden om zich te verbinden met de leraar, de boeken en de groep, moet hij dat niet voorbij laten gaan.
Niet alles hangt van ons af en iedereen zal door een proces moeten gaan, maar er is een gedeelte in dit proces, dat we zelf moeten organiseren. En als de Schepper ons heeft geroepen tot spirituele ontwikkeling, moeten we het, vanaf het moment dat we deze uitnodiging van Boven herkennen, niet veronachtzamen.
Daarom komen we samen in groepen, komen we elke dag naar de lessen, inspireren we elkaar in verband met het belang van het doel en organiseren we verschillende evenementen. Dit alles moet mij overtuigen van het belang van het spirituele ontwikkelingsproces. Als de groep er voortdurend aan denkt hoe het doel bereikt kan worden, beïnvloedt dit ieder van ons en dwingt het ons om medelevend te worden.
Als mij dan een kans gegeven wordt en gedachten over vooruitgang en het belang van het doel in mij gewekt zijn, reageer ik hier onmiddellijk op. Dit zijn heel belangrijke momenten. Alles hangt ervan af hoe iemand antwoordt op de roep van de Schepper.
In werkelijkheid krijgen we iedere dag zulke oproepen. En als we er correct op reageren, zullen we er morgen zelfs meer ontvangen en overmorgen nog meer! Op deze manier kan je de situatie bereiken, waarin je voortdurend zult voelen dat je in een dialoog met de Schepper bent, totdat je bij al deze gelegenheden, gedachten en verlangens die in je veranderen een voortdurende verbinding met de Schepper voelt.
Er zijn verscheidene niveaus in deze verbinding die steeds meer zullen toenemen en van verschillende aard zijn. Ze komen en gaan om een groter verlangen in ons op te wekken. Het is als een spel, een flirt, waarmee de Schepper een verlangen in ons ontsteekt, zodat we Hem najagen. Zoals er staat geschreven: “Mijn Geliefde is als een Hert” dat voortdurend achterom kijkt, wegrent, verdwijnt en dichterbij komt. Zo speelt de Schepper met ons.
De sleutel bestaat eruit de gelegenheden die zich aan ons voordoen niet te missen en passend te reageren. Tijdens de momenten dat je een opwekking voelt, moet je niet vergeten dat het van Boven komt en je moet deze roep beantwoorden. Zoals er geschreven staat: “Roep Hem terwijl Hij Nabij is!”.
Uit het 1e deel van Daily Kabbalah World 6/24/2011, Shamati #241
Verwant Materiaal (Engels):
The Creator’s Hints
A Time For Reflection
Learning To See The Good
Kabbalisten leren ons de weg naar de oorsprong, zodat ieder van ons de wortel van zijn ziel kan bereiken. Ze vertellen ons dat het belangrijkste de intentie is. Er is een kracht van Boven, Die ons wil corrigeren en ons door alle fasen heenleidt naar de uiteindelijke, verheven staat. We moeten onze vooruitgang echter vooraf laten gaan door onze eigen acties in de vorm van ons verzoek of onze wens.
Uiteindelijk moeten we “iets” gaan voelen, dat we nu nog niet kunnen waarnemen. We hebben niets om ons aan vast te houden, geen enkele mogelijkheid. Dat “iets” lijkt onbelangrijk en zonder betekenis. Waarom is dat zo? De reden hiervan is, dat het verschijnsel dat we moeten gaan voelen de kwaliteit van geven is en de liefde voor onze naaste. Dit is de kracht van de Schepper, de eigenschap genaamd “de Schepper”, Die alles omhult en de gehele realiteit vervult.
We begrijpen of voelen het niet en we zijn niet in staat om er dichterbij te komen. We zijn opzettelijk tegenovergesteld geschapen om het Licht vanuit de duisternis te gaan zien en het dan te begrijpen, te voelen en het zichtbaar te laten worden.
Het simpele Licht als zodanig zou ons verblinden. Daarom bestaan we en ontwikkelen we ons in de kwaliteit van ontvangen en geleidelijk aan verwerven we steeds meer details van waarneming. Dan komt er een moment, dat we beginnen te wanhopen over het ontvangen en we een impuls in de richting van het geven bereiken. Deze vonk die in ons ontwaakt is “het punt in het hart”.
Dan worden we dichterbij gebracht om het te bereiken. We worden naar een leraar, boeken en een omgeving gebracht. En nu kunnen we deze vonk ontwikkelen tot de werkelijke eigenschap van geven en voor liefde tot de naaste. Ons werk ligt in het uitvoeren van alle mogelijke acties die ons kunnen helpen om onze waardering voor de leraar, voor de primaire bronnen en de omgeving te laten toenemen. Wanneer we ze boven ons egoïsme verheffen, boven de kwaliteit van ontvangen, wordt de kwaliteit van geven belangrijker voor ons en beginnen we meer respect voor het Licht dan voor de duisternis te krijgen of voor de Schepper dan voor de schepping.
Ik lees hierover in de primaire bronnen en dat betekent, dat ik mij moet inspannen om dit te bereiken. Wanneer ik er echter mee geconfronteerd word, wanneer ik mij voorneem om geven meer te gaan respecteren dan ontvangen, ontdek ik in mezelf, dat ik het nutteloos vind en er geen belangstelling voor heb. Ik voel dat ik helemaal niets geef om de leraar, de groep of de boeken. Alles verliest smaak.
Waardoor? Het komt omdat mijn egoïsme, mijn verlangen naar genot, hier helemaal geen voordeel in ziet. Integendeel, vanaf dat moment voelt het, dat wat in het verschiet ligt verlies is.
Hoe kan ik mezelf iets slechts bezorgen wanneer ik helemaal de wil om te genieten ben?
Ik ben hiertoe eenvoudigweg niet in staat. De mogelijkheid om mezelf pijn aan te doen heb ik niet in me.
Wat moet ik dan doen? Het blijkt, dat mijn vooruitgang richting de Schepper bestaat uit het mij voortdurend afscheiden van wat mij nu lijkt “goed” te zijn. Bovendien benadert het meer “het kwaad”. Is dat wel mogelijk?
Het antwoord op deze vraag kan alleen verkregen worden door de wetenschap van Kabbalah.