Category Archives: Lichtvonk

Strijd Tussen De Tegenstellingen Of Harmonie Daartussen?

laitman_623Vraag: Zijn de zielen op basis van geslacht verdeeld?

Antwoord: De zielen zijn inderdaad op basis van geslacht verdeeld, net zoals de lichamen in deze wereld. Alleen simpele organismen kunnen zowel mannelijk als vrouwelijk functioneren.

In feite begint alles vanuit plus en min, positief en negatief, zelfs op atomair niveau. Het universum is na de Big Bang geschapen en begon uit te zetten toen een kleine Lichtvonk vanuit het Hoge Niveau onze wereld binnendrong.

Deze vonk begon positieve en negatieve natuurelementen voort te brengen, zoals elektronen, protonen, neutronen, enz. Daardoor is de gehele natuur op tegengestelde paren gebouwd waarbij de ene kant niet kan bestaan zonder de andere. Tegelijkertijd bestaat er geen strijd tussen deze tegenstellingen, dit menen we in onze wereld te zien doordat we alleen vanuit egoïstische motieven kijken, maar alles is gevormd uit de juiste verbinding tussen tegengestelde paren.

Daarom moeten we niet denken dat iemand goed of slecht is. We moeten inzien dat onze evolutie, onze vooruitgang en zelfs ons bestaan niet mogelijk zou zijn zonder de juiste samenwerking tussen mannen en vrouwen.

Er is dus geen plaats voor oorlogen tussen de seksen. Er kan geen plus zijn zonder een min, geen positieve kracht zonder een negatieve kracht, geen noordpool aan een magneet zonder een zuidpool. Elk onderdeel van de natuur is gebouwd volgens zijn specifieke tegendeel, want op een andere wijze kunnen de delen niet bestaan.

Als de natuur met al haar innerlijke krachten werkt, ontwikkelen wij ons op een harmonieuze manier, alles in namelijk gebouwd op de harmonie tussen twee staten, polen, en de tegengestelde krachten die daarin aanwezig zijn.

From the Kabbalah Lesson in Russian 3/6/16

 

De Schepper Als De Gezamenlijke Noemer

Dr. Michael LaitmanVraag: We moeten ons in een innerlijke vorm met elkaar verbinden, in ons verlangen. Maar hoe kan ik het verlangen van de vriend bereiken?

Antwoord: voor jullie is de hang naar de Schepper voldoende. Alleen hiermee verbinden jullie je met elkaar, zonder dieper te graven. Jullie begrijpen geen van beiden dit verlangen dat de Schepper in jullie heeft ‘geplant’. Maar juist dit verlangen in de vriend – en alleen dit – is belangrijk voor je. Dit is een subtiel verlangen vanuit de zuiverheid van de ziel. Je houdt van de spirituele lichtvonk van de vriend, van zijn verlangen naar de Schepper. Zijn karakter en gewoonten zijn niet belangrijk voor je, het enige wat jullie verbindt is de Schepper, omdat er staat geschreven: “In Hem zal ons hart zich verheugen.” Het is in Hem. Jullie willen elkaar in de Schepper ontmoeten.

De andere verlangens zijn op een andere manier met elkaar verbonden, zij blijven in je aanwezig en zoeken simpelweg vervulling. Maar hierbij spreken we niet over eenheid met elkaar, hierbij profiteer je van de ander.

Bovendien verbinden we ons niet alleen met elkaar. Er komt Licht naar ons toe dat gevend schijnt op onze verlangens, ons met elkaar verbindt en in ons woont, in onze verbinding. Dan zijn we allemaal verheugd dat we de Schepper de mogelijkheid en de gelegenheid hebben gegeven om onthuld te worden.

Daarom is het voor jullie genoeg om je aangetrokken te voelen tot de waarheid, tot de Schepper, het Doel. Zelf weet je nog niet welke richting je opgaat, maar het diepe verlangen bestaat al en je moet dat voortdurend vergroten en ervoor zorgen. Hoe? Door je met de vrienden te verbinden. Het resultaat daarvan is dat er genoeg verlangen in je komt naar correctie door het Licht en naar verbinding tot één groot verlangen om daarin de Schepper te onthullen en daarover verheugd te zijn.

Het zal je steeds duidelijker worden hoe je allerlei middelen kunt gebruiken om je op een nieuwe staat voor te bereiden. Van tevoren zul je het niet kunnen begrijpen en je hoeft ook niet om begrip te vragen, maar wel om de kracht van geven ‘boven de rede’. Juist door dit diepe verlangen naar geven ‘boven de rede’ zal het begrip aan je worden onthuld en zul je weten.

From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 12/12/12, Writings of Rabash

Een Lichtvonk In Een Virtuele Wereld

Dr. Michael LaitmanBaal HaSulam, Shamati, artikel 3: ‘De Kwestie Van Het Verwerven Van Spiritualiteit’. Omdat het verlangen om te ontvangen ‘schepsel’ genoemd wordt en een ‘nieuw onderscheidingsvermogen’, begint de uiting daarvan precies daar, waar de wil om te ontvangen indrukken gaat krijgen. Taal geeft inzichten weer, stukjes van indrukken. Want hier is er al sprake van een interactie tussen het Licht en de wil om te ontvangen.

Vraag: Wat is Licht?

Antwoord: Er wordt iets bijzonders in je wakker gemaakt, een ongewoon verschijnsel en je noemt het Licht. Als het komt, weet je dat je het zo benoemt.

Maar je hebt nu niet de juiste kli om dit verschijnsel te voelen. Voordat je spiritualiteit bereikt, zijn alle verlangens alleen op eigenbelang gericht: ‘alles voor mijzelf, voor mijn eigen voordeel, om anderen te gebruiken, alles voor mijn eigen bestwil, tegen anderen’. Zo werkt het ongeveer tegenwoordig en als je zo in deze verlangens leeft, kan je het fenomeen geven, liefde, samenwerking, verbinding en een verlangen dat naar buiten gericht is – al die dingen die ‘Licht’ genoemd worden – niet voelen. Voor jou is het geen Licht, maar duisternis.

Soms wordt het donker en voelt alles naar: je voelt je hulpeloos en je hebt het gevoel dat er niets uit je handen komt, je ziet totaal geen Licht aan het einde van de tunnel. Zo laten je verlangens zich aan je zien als er in onze wereld geen Licht waarneembaar is, geen spoortje Licht dat de duisternis in de kli verlicht.

In onze armzalige verlangens kan alleen een heel klein sprankje Licht gloeien en een beetje leven en vreugde geven. Dit vonkje is zo klein, dat het zelfs in egoïstische kelim (vaten) om te ontvangen kan binnendringen. In die kelim leef ik, op de niveaus van stille, vegetatieve en animale aard. Het niveau van de mens bevindt zich daarboven en ik maak er geen deel van uit.

Er zijn verlangens om te ontvangen en verlangens om te geven op dat niveau, die in mij onthuld zullen worden in hun tegengestelde vorm. De linkerlijn is de neiging tot het kwaad, het werkelijke ego dat onthuld wordt in de mate waarin ik mij wil verbinden met anderen en dat doe. Dan trek ik het Corrigerende Licht naar mij toe en probeer ik de goede kracht te verkrijgen en in de middellijn – die Adam (menselijk) genoemd wordt – te werken met de beide neigingen.

Ondertussen bevind ik me op het niveau van het animale, onder de dominantie van mijn kleine ego en ontvang ik alleen een ‘klein kaarslichtje’ in de kli, die gevormd is uit de eerste drie niveaus. Vanuit spiritueel oogpunt bekeken, wordt dit niet als leven of bestaan opgevat. Onze wereld wordt dus een virtuele wereld genoemd, alsof deze wereld onder het bewustzijnsniveau bestaat.

From the 3rd part of the Daily Kabbalah Lesson 10/12/12, Shamati #3

Niets Anders Willen Dan Belangeloos Geven

Dr. Michael LaitmanBaal HaSulam, Shamati, artikel 30: “Het belangrijkste is niets anders te wensen dan belangeloos te geven vanwege Zijn Grootheid, want elke vorm van ontvangen is een onvolkomenheid. Het is onmogelijk om niet te ontvangen, het enige is om vast te houden aan het andere uiterste, namelijk geven.”

Wij bevinden ons in één enkele staat: in het kennisveld dat behoort tot de eigenschap van geven. Alleen dit krachtveld bestaat, de kracht daarvan is de kracht van belangeloos geven. Zo wordt het veld aan ons onthuld.

In deze kracht ligt de oorsprong: abstracte vorm en essentie. Wat wij bereiken is, zoals Kabbalisten het ons zeggen, het krachtveld dat gekarakteriseerd wordt door belangeloos geven.

Om onafhankelijk te kunnen bestaan in dit veld, werden wij met een tegengestelde kracht geschapen, met de kracht van ontvangen. Als een mens alleen waarneemt wat door zijn of haar natuur bepaald wordt en zichzelf niet verandert, voelt hij in dit verenigde veld de werkelijkheid die wij ‘deze wereld’ noemen. Een ieder kan dit beeld in zichzelf opnemen en van daaruit leven. Deze wereld wordt denkbeeldig genoemd, omdat wij niet voelen wat er werkelijk buiten ons bestaat, het is alsof wij vanuit onbewustheid leven en een droom zien via de trillingen van een denkbeeldige waarneming.

In deze droom zijn we ons aan het ontwikkelen naar steeds meer ontwaken en bewustzijn. Onze hele evolutie, onze hele geschiedenis, gaat over dit proces.

Hoe kunnen wij de eeuwige, ware werkelijkheid voelen waarin wij eigenlijk bestaan? Hoe komen wij tot onderzoek naar dit veld van de hogere Kracht die ons heeft geschapen, ons ondersteunt, ons beïnvloedt en ons steeds verder ontwikkelt, zodat wij ons kunnen gaan verbinden met dit veld?

Er zijn twee wegen:

1. De eerst weg wordt ‘het pad van lijden’ genoemd: of wij het willen of niet, onder de invloed van het veld van geven blijven wij ons ontwikkelen en wij zullen komen tot de kennis van de Ene die ons bestuurt, beïnvloedt, ontwikkelt en gidst. Lijden zal ons ertoe dwingen om bij de wortel te komen van de oorzaak ervan en wij zullen ontdekken dat wij lijden door Hem, omdat Hij op deze manier invloed op ons uitoefent.

Dan moeten wij Hem wel leren kennen, dichter naar Hem toekomen, omdat wij verlangen dat Hij ons op een andere manier bestuurt. En wij zullen, zoals de eerste Kabbalisten, door lijden dit veld ontdekken, deze Kracht die op ons inwerkt en die wil, dat wij eraan gelijkvormig worden door ons met elkaar te verbinden. Dit is de wet van de gelijkvormigheid van eigenschappen.

Waarom is dit noodzakelijk? Omdat wij hierdoor gelijkvormig worden aan Hem: eeuwig, heel en perfect, tegelijkertijd blijven we onafhankelijk. Als wij in Hem zouden zijn, volledig onder Zijn bestuur, lijkt het alsof we niet eens bestaan. Maar er is een polariteit in onze ontwikkeling: in ons groeit een kracht die tegengesteld is aan het veld van geven, en tegelijkertijd moeten wij aan onszelf werken om gelijkvormig te worden aan Hem.

2. Als wij het pad van lijden niet willen volgen, maar het pad van Licht, onder de goede invloed van het veld van geven, ontdekken we een eenvoudige wet: om onafhankelijk te blijven, moeten we aan dit Licht vragen om alle veranderingen die samengaan met onze groei. Als ik vraag en het veld mijn vragen beantwoordt, bestaat er geen probleem in verband met onafhankelijk blijven, omdat ik nu gelijkvormig ben aan Hem. Ik vraag zelf, tegen mijn eigen verlangen in, of het veld mij wil veranderen.

Op deze manier verenig ik in mijzelf, in de loop van mijn ontwikkeling, twee krachten:

• De kracht die tegengesteld is aan dit veld: het veld is volkomen gericht op geven, terwijl ik volkomen gericht ben op ontvangen.

• De vorm van geven, waarin ik mijn kracht van ontvangen kleed.

In mij is de kracht van ontvangen, het wrede egoïstische verlangen, dat alleen uit is op persoonlijk gewin, en daar bovenuit kleed ik mijzelf in de tegengestelde vorm: de kracht van geven en liefde. Maar hoe kan ik weten hoe ik moet vragen om de kracht van geven? Uiteindelijk weet ik niet eens wat het is. Wat ik me ook maar voorstel, al mijn gissingen zijn gebaseerd op de kracht van ontvangen en maken het mij onmogelijk om werkelijk om veranderingen in mijzelf te vragen. Alles waarom ik vraag is gebaseerd op mijn eigen natuur en zal altijd gaan over ontvangen, soms verborgen of gecamoufleerd, maar toch over ontvangen.

Hoe kan ik aan dit veld vragen om mij werkelijk de kracht van geven te schenken, zodat ik deze kracht in mij kan gaan ontdekken, evenals de kracht van ontvangen, zodat ik twee krachten in mij heb, de ene tegengesteld aan de andere?

Daarvoor hebben wij een bijzondere wijze van bestaan gekregen: wij ervaren dat wij leven in een wereld, die vol mensen is zoals wij. Als ik het verlangen wil verkrijgen dat op geven gericht is, een vraag naar geven, kan ik mij met anderen verenigen, met ten minste één ander mens. Het kleinste meervoud is twee. Kabbalisten zeggen echter, dat het beter is als we minstens met z’n tienen zijn, omdat dit een afgeronde hoeveelheid is. Ik moet mij met hen gaan verenigen om het verlangen om te geven te bereiken.

Hoe kunnen wij ons met elkaar verenigen? Kabbalisten die de methode hebben ontdekt, leggen dit ook uit: ik moet bij hen gaan zitten, samen eten en drinken, met hen studeren en het belangrijkste is: de intentie vasthouden. Wat wil ik hierdoor bereiken? Het is belangrijk om niet te vergeten dat het mijn intentie is om het verlangen om te geven te bereiken. Baal HaSulam schrijft daarover: “Het belangrijkste is om niets anders te willen dan belangeloos te geven.”

Het blijkt dat ik met mensen werk, die naar hetzelfde verlangen, we zijn met elkaar in één groep en er is iemand die ons onderwijst. Hoe dit allemaal zo gelopen is, weten wij niet, het lijkt toeval. Maar in werkelijkheid brengt datzelfde veld ons bij elkaar, op dezelfde manier als een elektromagnetisch veld ijzervijzel langs de lijnen van evenwicht plaatst. In de ‘Inleiding tot de Studie van de Tien Sefirot’ schrijft Baal HaSulam, dat de Schepper een mens naar de groep brengt en zegt: “Dit is voor jou, neem het aan. Hier ligt jouw vrije keus.” De keus wordt alleen versterkt door de vrienden op het pad van het verlangen om te geven. Wij kunnen dat verlangen zelf niet bereiken, omdat de Schepper dat verlangen is. Maar we moeten met elkaar naar dit verlangen uit zien en er dan de behoefte aan voelen. Ik zal in mijn hart gaan voelen, dat ik dit geven mis en dat ik een gever wil worden.

Waarom wil ik dit? Dat zelfs weet ik niet. Het ontstaat, na lange tijd, misschien wel na tien jaar. Daar hebben wij dit leven voor gekregen. Langzaamaan komt er in het hart van een mens een verlangen en een behoefte naar de eigenschap van geven.

Alles staat hier onder de invloed van de eenvoudige ‘natuurkunde van krachten’: hoe krachtiger mijn hart de behoefte ervaart om te komen tot geven, hoe krachtiger het veld van geven mij beïnvloedt. Zo komen we er dichterbij: ik vanuit mijn behoefte aan geven en deze kracht vanuit de invloed ervan die op mij gericht is. Het resultaat ervan is, dat wij elkaar beginnen te voelen en er ontstaan innerlijke veranderingen in mij: aan de natuurlijke kracht van ontvangen wordt in mij een kracht van geven toegevoegd, deze komt in mij tevoorschijn.

Zo wordt er een correcte vorm ontwikkeld: een ontvangend verlangen en een gevend verlangen naar buiten toe: de vorm van een mens (Adam), gelijkvormig (domeh) aan de Schepper. Zijn verlangen naar ontvangen, de ‘scheppingsmaterie’, blijft bestaan en daar overheen wordt dit bedekt met een gewaad, een ‘omhulsel’, een verlangen om te geven.

Allereerst is er in mij de behoefte aan willen geven en als dit verlangen een zeker spanningsniveau in mijn hart bereikt heeft, beïnvloedt het veld mij door inductie, zo wordt ik in de kracht van geven ingeleid.

Tenslotte kleedt deze kracht zich in mij en ik word een soort voelende ‘sonde’, een ‘sensor’ voor dit veld. Stel je voor, dat ik in mij tien gram van het verlangen om te geven heb ontvangen. Allereerst ben ik nu hierdoor geboren, met andere woorden: ik begin het veld te voelen dat mij omringt. Ik voel dat ik erin leef, ik voel de eigenschappen ervan, de houding van dit veld naar mij en mijn houding naar dit veld. Naast het fysieke niveau waarop ik nu leef, krijg ik verbinding met dit veld op een ander niveau: de spirituele wereld en alleen zo bereiken we de Schepper.

Dit veld bevat alle informatie over het verleden, het heden en de toekomst, over alles wat er met mij en met de hele wereld gebeurt. Een mens die in verbinding blijft met dit veld, gaat begrijpen hoe hij er op de juiste manier contact mee kan maken en wat hij van dit veld kan vragen. Door dit veld bevinden wij ons in een enorme stroom van informatie, die de hele werkelijkheid vult. Hier leren wij wie de Schepper is, wat dit veld is, hoe we ermee in contact kunnen komen en hoe we met het hele systeem te werk moeten gaan. Zo stijgt een mens steeds hoger en wordt hij meer en meer opgenomen in de spirituele wereld. Dit alles komt alleen van het verlangen om te geven, dat hij in zichzelf heeft ontvangen vanuit dit veld.

Terugkomend op het verlangen om te geven, er is een voorwaarde aan verbonden: een mens moet ernaar verlangen om een gever te worden. En wie zouden dat willen? Speciale mensen, met een punt in het hart, dat wil zeggen: met een zwakke lading die hen richt naar het veld van geven waar zij deel van uitmaken.

En de anderen dan? Anderen kunnen daar niet naar streven. Zij kunnen, zoals de eerste Kabbalisten, het veld alleen ontdekken door middel van het pad van lijden en tegenslag, van angst en onbegrip ten opzichte van de oorzaak van wat er gebeurt, en in het algemeen door de vraag naar de zin van het leven.

Naarmate we deze situatie naderen, komen we bij het huidige punt in de geschiedenis. Het pad van lijden van de wereld is nu enigszins onthuld. Veel mensen, misschien wel alle zeven miljard, stellen al vragen zoals: “Waar leven we voor? Wat is de zin van het leven? Waarom lijden we zo?” Deze vraag die van hen komt, kunnen we niet beantwoorden. Bovendien weten zij niet wat zij met dit lijden aan moeten. Zij begrijpen en voelen alleen deze wereld.

Hier komen we bij het verschil met de mensen met een punt in het hart. Wij moeten voor anderen worden wat de Schepper voor de schepping is. Wij zijn namelijk in staat om hen te verbinden met het veld van geven en dit is onze opdracht, Baal HaSulam beschrijft het in het artikel: ‘Arvut’ (Verantwoordelijk zijn voor Elkaar). Daarom worden wij ons en masse bewust van de hogere Kracht, en anderen ontvangen dit bewustzijn van ons. Dit is ons werk.

Dus: “het belangrijkste is niets anders te willen dan belangeloos te geven.” Wij kunnen hiernaar verlangen vanuit bewustzijn en inzicht, omdat aan ons een klein deeltje is gegeven, een vonkje van dit veld en met de hulp daarvan kunnen we onze koers bepalen en streven naar dit veld, met het doel om het te onthullen. Door onze vonken met elkaar te verenigen, zullen wij in staat zijn om aan het veld de kracht van geven te vragen. Anderen zijn hier echter niet toe in staat, zij hebben onze leiding nodig.

From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 6/21/12, Shamati #30