In de woestijn

Torah, Dewariem {Deuteronomium} 32:10: Hij vond hem in een woestijngebied, in een woeste wereld vol gehuil van de wildernis. Koesterend omringde Hij hem en schonk hem Zijn bijzondere aandacht, beschermde hem als Zijn oogappel. (Vertaling: Jitschak Dasberg)

Op deze manier ontdekken wij dat we constant voortgang maakten, hoewel we het niet voelden.

Als een mens de eigenschap van Malchut  bezit, wil hij een soort steun vinden in de eigenschap van Bina die volkomen tegengesteld is aan Malchut, dan bevindt hij zich werkelijk in een woestijngebied waarin alleen maar slangen en schorpioenen rondkruipen. Dat begrijpt een mens niet en hij weet niet wat hij moet doen, hij is volkomen in de war.

Zulke innerlijke staten worden belichaamd door de woestijn, als alles verbrandt, als je helemaal niets meer bezit. Alleen vanuit zulke gecompliceerde staten kan je je tot de Schepper wenden, je egoÏsme zou het je namelijk niet toestaan.

From KabTV’s “Secrets of the Eternal Book” 1/30/17

Discussion | Share Feedback | Ask a question




"Kabbalah & het Doel van het Leven" Comments RSS Feed

Previous Post: