“Een Slaaf Moogt Ge Niet Aan Zijn Heer Uitleveren”

laitman_253Dewariem 23:16 en 17 (Deuteronomium): Een slaaf die bij zijn heer is weggelopen en bij u komt moogt ge niet aan zijn heer uitleveren. Hij mag in uw land blijven wonen, in de stad waaraan hij de voorkeur geeft. Ge moogt hem niet hard behandelen. (Willibrord vertaling)

Als een meester een slaaf wil doden of hem enige schade wil berokkenen, moet je hem verbergen en hem dan op de een of andere wijze aan zijn meester teruggeven. Dit betekent dat als er een verlangen is waarvan tijdens de correctie blijkt dat het niet gecorrigeerd kan worden, er een heel systeem van verbindingen tussen verscheidene verlangens bestaat, en dat zij met elkaar een correctie teweeg kunnen brengen.

Daarom kan elk verlangen dat deel uitmaakt van een ander verlangen altijd door dit andere verlangen gecorrigeerd worden. Daartussen bestaat altijd een verbinding.

Het is interessant dat wij nooit, op geen enkele wijze, onszelf kunnen corrigeren, maar dat het altijd gaat om onze insluiting in anderen of de insluiting van anderen in ons. Tenslotte weet ik niet eens wie ik ben. Ik weet alleen hoe ik met anderen omga en hoe anderen met mij omgaan in onze onderlinge verhouding.

Wij weten echter niet wie “ik” ben en evenmin wie “de ander” is. Ons “ik” blijft buiten ons aanwezig, terwijl de verbindingen tussen ons aan ons onthuld worden, en juist daarin bereiken wij de Schepper.

Vraag: Als wij over verlangen spreken, bedoelen wij dan het verlangen dat op verbinding gericht is?

Antwoord: Natuurlijk, want broer, vader, vrouw, kinderen, slaaf, maagd, enz. zijn verschillende soorten verbindingen tussen ons. Het breken van de kelim (vaten) is de vernietiging van deze verbindingen. Bijvoorbeeld: als wij de scherven van een pot bekijken, zijn ze op zich heel, we hoeven ze alleen maar op de juiste manier aan elkaar te plakken. Wij zijn “de lijm” steeds aan het voobereiden.

Er zijn verlangens die geen eigen intentie hebben. Zij kunnen alleen gecorrigeerd worden als wij ze samenvoegen met andere verlangens die wel een intentie hebben.

Een “meester” is iemand die grote verlangens heeft met de juiste intenties, iemand die andere verlangens kan aantrekken en ze met zijn intentie kan corrigeren. Laten we zeggen dat jij ten opzichte van mij een meester bent. Dit betekent dat jij enkele verlangens van mij neemt, dat wij ons met elkaar verbinden en dat ik ogenschijnlijk deze verlangens corrigeer door in jou opgenomen te worden. In werkelijkheid corrigeer jij ze met jouw eigen intentie, met jouw Masach (scherm).

Dus als er geschreven staat dat de meester zijn slaaf wil doden, betekent dit dat de Masach hem niet kan corrigeren. Dan moet iemand anders dat doen. Met andere woorden: wij corrigeren altijd anderen, niet onszelf.

Een mens kent zichzelf niet en zal zichzelf nooit leren kennen, omdat dit betrekking heeft op het alleenrecht dat zich boven het bereiken van de Schepper bevindt, op wat Atzmuto genoemd wordt. Wat wij doen is de verbindingen tussen ons corrigeren. Zoals er geschreven staat: “Maak jouw verlangen gelijk aan zijn verlangen.”, dit betekent dat ik altijd anderen in mijzelf corrigeer.

Vraag: Word ik “Israël” als ik dit ga begrijpen en hieraan werk?

Antwoord: Ja, dit is een volkomen ander niveau van je houding naar de wereld. De wereld wordt anders. Je hebt een andere houding naar mensen, naar jezelf en naar je opdracht. Je ziet iedereen en je begrijpt wat er met hen gebeurt, wie je zeker kunt ontmoeten en wie niet, waarvoor en hoe, dit kan als je aan deze communicatie toe bent … of niet … enz.

Dit laat een heel interessant probleem zien: met wie ben je in contact, op wat voor manier, en moet je afstand nemen van degenen die je in je leven ontmoet of kan je hen naderbij komen?

From KabTV’s “Secrets of the Eternal Book” 10/19/16

 

Discussion | Share Feedback | Ask a question




"Kabbalah & het Doel van het Leven" Comments RSS Feed