De Lange Tocht Door De Woestijn

Dr. Michael LaitmanDe Torah, Vajikra (Leviticus) 16, vers 18-19: Dan zal hij naar buiten gaan naar het altaar dat vóór de Eeuwige staat en daarover verzoening bewerken; hij neemt wat bloed van de stier en wat bloed van de bok en strijkt dit rondom op de hoornen van het altaar. En hij sprenkelt daarop zeven keer met iets van dat bloed aan zijn vinger en hij zuivert het van de onreinheden van de kinderen Israëls.

Het werk op het niveau van Aäron, de priester, is subliem en heel serieus werk waarbij al onze eigenschappen, verlangens, impulsen, onze mind en ons denken onthuld worden, zodat wij kunnen onderscheiden waarmee wij kunnen werken met liefde voor anderen en geven en waarmee wij dat niet kunnen. Het is allesbehalve eenvoudig om te ontdekken wat zich hierbij afspeelt in een mens.

Ieder van ons moet het niveau van priester bereiken om deze verlangens te kunnen onderscheiden. De Torah spreekt slechts over één mens, want de hele wereld is in één Kracht gevat. Daarom moet ik onderscheid maken tussen de betekenissen die ik toeken aan alle delen van de Torah en ze rangschikken om heel nauwkeurig te gaan begrijpen dat ik langzamerhand alle gecorrigeerde Kelim (vaten) in mij een plek moet gaan geven.

Ik verlaat Babylonië als een mens die de betekenis van het leven wil bereiken en naar het land Kanaän wil gaan en daarbij al mijn verlangens, gedachten en impulsen in mezelf wil ontdekken.

Dan wordt de staat van het land Kanaän in mij wakker en ik word een egoïstisch moeras ingetrokken. Dit betekent dat ik op weg ben naar Egypte waar ik probeer om mij van mezelf te bevrijden door mij voortdurend te richten op “Heb je naaste lief als jezelf.”

Wanneer ik dan tenslotte het gevecht met mezelf aanga, met mijn ego (Farao) en mijn altruïsme (Mozes en Aäron), trek ik de woestijn in (een lege plek). Hier wordt er tegen mij gezegd: “Verzamel alle verlangens waarmee je vooruit kunt komen. Als dat je lukt, ben je in staat om het Hogere Licht daarover te ontvangen en dat Licht zal je voorwaarts leiden en je zult daardoor verder kunnen trekken door de woestijn. Op dit punt aangekomen, trek ik al verder door de woestijn.

Het belangrijkste is het allereerste begin van ontwaken waarvan ik me in Baylonië bewust ben geworden, het werd langzamerhand bedekt door een enorm groot ego dat geleidelijk aan in de woestijn gecorrigeerd wordt. Babylonië is het begin van de gedachte en het Doel. Het ego dat in mij naar boven kwam is de ballingschap in Egypte. In de woestijn werk ik echter met een enorm groot ego dat uit vier fasen bestaat en daardoor in een neutrale staat gebracht kan worden. Ik wil niet meer gebonden zijn aan het ego, ik wil er bovenuit stijgen.

Dit alles gaat over de onthulling van mijn ego, te vergelijken met een enorm grote zwarte bal, ik maak duidelijk voor mezelf wat ik daarvan kan laten oplichten onder de invloed van het Licht, stukje bij beetje, het ene stukje na het andere. Hieruit bestaat de veertigjarige tocht door de woestijn.

Steeds weer ontdek ik allerlei nieuwe dingen en ik besluit dat ik boven al deze nieuwe verlangens die ik heb ontdekt in deze fase in de woestijn, kan uitstijgen, zodat ik geen last meer zal hebben van de egoïstische gevoelens. Geleidelijk aan worden in deze verlangens het Licht en grotere genietingen ontdekt terwijl ik daar bovenuit gestegen ben en alleen vanuit geven werk, los van mijn eigenbelang.

Het is absoluut zeker dat er verlangens zijn die ik niet kan overwinnen. Deze verlangens stuur ik naar de woestijn, dit betekent dat ik van de woestijn, die mij tot nu toe onderdak bood, niet mijn thuis kan maken. Een deel van mijn ego blijft echter in de woestijn.

From KabTV’s “Secrets of the Eternal Book” 3/06/14

 

Discussion | Share Feedback | Ask a question




"Kabbalah & het Doel van het Leven" Comments RSS Feed