Farao’s Slaaf Of Dienaar Van De Schepper

Dr. Michael LaitmanDe spirituele wereld is een wereld van eigenschappen die aangestuurd worden door de eigenschap van geven, de kracht van geven, de eigenschap van liefde en geven. Als een mens deze eigenschap heeft, wil dat zeggen dat hij zich in de spirituele wereld bevindt.

Als een tegengestelde eigenschap een mens overheerst, de eigenschap van ontvangen, en hij daar totaal in ondergedompeld is, wil dat zeggen dat hij zich in de fysieke wereld bevindt.

Alles is afhankelijk van de kracht die in je werkzaam is, die je overheerst en die je aanstuurt. Als het de kracht van ontvangen is, van egoïstische verlangens en berekeningen, wil dat zeggen dat je de fysieke wereld voelt en daarin leeft. Maar als je plotseling de kracht van geven verkrijgt en daar één mee bent, betekent het dat je in de spirituele wereld bent. We kunnen ons het verschil tussen die twee werelden niet voorstellen. Het is onmogelijk om het te beschrijven of uit te leggen.

Het verlangen om te ontvangen moet gecorrigeerd worden en de kracht daarvan wordt nu tijdelijk onthuld. Als dat niet meer zo is en deze kracht bezwijkt onder het verlangen om te geven, zijn we nog steeds in het verlangen om te ontvangen, in deze vergankelijke, tijdelijke materie waarin we geboren zijn, leven en sterven. Het is een replica van de spirituele kracht: het verlangen om te ontvangen, na zeventig jaar, zeventig niveaus, moet dit verdwijnen en veranderen in een verlangen om te geven.

Ballingschap is een gevoel in het verlangen om te ontvangen dat een verandering moet ondergaan en de vorm van geven moet bereiken. Het schepsel kan niet geven, het kan niets anders zijn dan een verlangen om te ontvangen, terwijl geven de eigenschap van de Schepper is. Maar als het verlangen om te ontvangen werkt met de intentie om te geven en zich tot slaaf maakt van anderen en van de Schepper, betekent het dat het geeft.

Er zijn dus maar twee staten waarin we ons kunnen bevinden: we kunnen de slaaf van Farao zijn en werken voor het verlangen om te ontvangen, of we zijn de dienaar van de Schepper en werken voor het verlangen om te geven. Al ons werk bestaat er uit om hulp te bieden aan onszelf en aan de hele wereld om het verlangen om te geven te bereiken en de Schepper te verheugen.

Als wij niet bijdragen aan dit Doel, is er geen sprake meer van geven. Aan het verlangen om te geven kan maar op één manier vorm gegeven worden: door de Schepper vreugde te brengen, want dan is dit verlangen, deze neiging, los van mijzelf en ontvangt het geen beloning. Het gaat van mij uit, maar het keert niet naar mij terug.

Als ik ten behoeve van de schepselen handel, de vrienden, de groep en daarbij niet de bedoeling heb om de Schepper vreugde te geven, wil dat zeggen dat ik de weg van geven niet tot aan het einde bewandel en toch nog handel ten behoeve van mijzelf. Alleen als ik de bedoeling heb om de Schepper te bereiken, is mijn intentie betrekkelijk zuiver, al naargelang mijn niveau.

From the 4th part of the Daily Kabbalah Lesson 4/7/14, Writings of the Ari

 

Discussion | Share Feedback | Ask a question




"Kabbalah & het Doel van het Leven" Comments RSS Feed

Previous Post: