Een Bijl In De Handen Van Een Houthakker

Dr. Michael LaitmanBaal HaSulam, brief 1: En omdat de toezichthouder en degene op wie toezicht uitgeoefend wordt één zijn, is het niet mogelijk om onderscheid te maken tussen goed en kwaad; iedereen wordt bemind en iedereen is zuiver, omdat een ieder de kelim (vaten) van de Schepper draagt, gereed om de onthulling en de uniciteit van de Schepper te prijzen; dit wordt via de waarneming ervaren en overeenkomstig deze kwaliteit weet men uiteindelijk dat alle daden en gedachten, zowel de goede als de kwade, de kelim van de Schepper dragen, Hij maakte ze gereed en zij kwamen uit Zijn mond, dit zal aan het einde van de correctie aan een ieder onthuld worden.

Tot die tijd is er echter sprake van een lange, beangstigende ballingschap; het belangrijkste probleem daarbij is, dat als een mens vindt dat een bepaalde handeling niet juist is, hij zijn niveau verliest omdat hij denkt dat hij die daad uitvoert en daarbij vergeet dat de Schepper degene is die de oorzaak is van alles en dat alles van Hem komt, dat er niemand anders is dan Hij die alles in de wereld teweeg brengt.

Wij kunnen de goede gebeurtenissen aan de Schepper toeschrijven, maar een mens begint zichzelf verwijten te maken als het gaat om slechte gebeurtenissen, hij heeft berouw over zijn daden en is bedroefd over wat er met hem gebeurt. Het valt hem moeilijk om alles aan de Schepper toe te schrijven. Hij is overstuur en heeft berouw over zijn verleden, zijn falen, want hij denkt dat hij zelf de oorzaak is van de onaangename gebeurtenissen of van het feit dat hij onvoldoende vooruitgang boekt of een kans heeft misgelopen. Pas later kan hij deze ‘fouten en slechte daden’ met betrekking tot het verleden corrigeren en ze omvormen tot ‘goed’.

Hetzelfde geldt voor het heden en de toekomst. Als iemand denkt dat iets slecht is, wil dat zeggen dat hij het niet aan de Schepper toeschrijft maar aan andere oorzaken. Het is echter zo door de hogere Voorzienigheid geregeld. Als men denkt dat er andere oorzaken zijn dan de Schepper, is hij schuldig aan wat er gebeurt en daarover staat geschreven: “En je zult geen andere goden dienen,” dat is afgoderij.

Zo verbreekt een mens het eerste gebod: “Er is geen ander dan Hij”, en daardoor raakt hij het spoor bijster. Hij is niet meer gefocust op het Doel van de schepping, op de onthulling van de Schepper, hij bevindt zich niet meer tussen op elkaar afgestemde krachten die hem naar de waarheid leiden.

Daarom is het ons werk om de Hogere Voorzienigheid als de persoonlijke Voorzienigheid te zien, zoals geschreven staat in ‘Er is geen ander dan Hij’: als de Goede en Goedgunstige, ieder moment, in het verleden, het heden en de toekomst, van gelijke aard voor alle mensen op aarde.

We spreken over een menselijk wezen als iemand vanuit een innerlijk punt vaststelt dat er ‘geen ander is dan Hij’ en dat Hij goed en goedgunstig is. Het punt waar vanuit een mens de kwaliteit van de hogere Voorzienigheid ervaart, groeit langzaam totdat de grootheid van de Schepper bereikt is. Daar bevinden zich alle 125 niveaus van onze spirituele groei.

From the Preparation to the Daily Kabbalah Lesson 12/16/12

 

Discussion | Share Feedback | Ask a question




"Kabbalah & het Doel van het Leven" Comments RSS Feed

Previous Post: